Citaat | Hoge Raad 23 oktober 2001
Alinea 43 Hoge Raad 23 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 23 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4727.
4. Daarom voorziet de nieuwe regeling in een verruiming van de mogelijkheden voor de raadsman om namens zijn afwezige cliënt op te treden. Maar, in navolging van de zojuist aangehaalde jurisprudentie, moet het dan wel gaan om de raadsman die aanwezig is met de kennelijke bedoeling om de verdediging te voeren. Indien deze derhalve desgevraagd stelt daartoe een uitdrukkelijke machtiging van zijn cliënt te hebben, krijgt hij de mogelijkheid namens de verdachte de verdediging te voeren in de volste zin van het woord. Aangezien moet worden aangenomen dat de verdachte de verdediging aan zijn raadsman heeft overgelaten en die verdediging toereikend en adequaat kan zijn, mag worden gesproken van een procedure op tegenspraak, hetgeen ook gevolgen heeft voor de termijn waarbinnen rechtsmiddelen moeten worden ingesteld. Ik wijs op de Memorie van Toelichting, TK 1995-1996, 24692, nr. 3, p. 12-13 en de Nota naar aanleiding van het verslag, TK 1996-1997-24692, nr. 6, p. 3-11.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1, en de alinea staat in dat document op bytes 14673 tot 15664.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1 | shasum -a 256