Citaat | Hoge Raad 23 oktober 2001
Alinea 56 Hoge Raad 23 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 23 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4727.
- Dat uitgangpunt is in beginsel ook de mening van Plaisier (...). Het eisen van een machtiging om duidelijk te maken dat de raadsman de "apparent purpose of defending the accused" heeft, lijkt hem niet nodig. Echter, zijn conclusie is niet dat de nieuwe regeling in strijd is met het EVRM. Voor een verdachte die wil dat zijn raadsman bij verstek de verdediging voert, is het machtigingsvereiste geen belemmering. Maar als de raadsman geen overleg met zijn cliënt heeft gehad en die ook niets van zich liet horen, is er geen beletsel om te concluderen dat de verdachte klaarblijkelijk afstand deed van zijn verdedigingsrecht. Dat is niet in strijd met het EVRM maar valt binnen de marge die aan lidstaten is gelaten in de vormgeving van het nationale procesrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1, en de alinea staat in dat document op bytes 19835 tot 20613.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1 | shasum -a 256