Citaat | Hoge Raad 23 oktober 2001
Alinea 59 Hoge Raad 23 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 23 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4727.
Maar die is over de uitleg van artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering wel eenduidig: indien de raadsman verschijnt doch niet door de afwezige verdachte gevolmachtigd is om de verdediging te voeren, dient hij daartoe desondanks in de gelegenheid te worden gesteld. Ik wijs op gepubliceerde uitspraken Hof Amsterdam 1 juli 1999/NJ 1999-605 en Politierechter Leeuwarden 17 juli 1998/NJ 1999-14 alsmede op de ongepubliceerde uitspraak Hof 's-Gravenhage 25 oktober 1999, rolnummer 22000684.99.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1, en de alinea staat in dat document op bytes 21125 tot 21636.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1 | shasum -a 256