Citaat | Hoge Raad 23 oktober 2001
Alinea 69 Hoge Raad 23 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 23 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4727.
Het is bepaaldelijk de bedoeling van de wetgever geweest om de raadsman van de niet verschenen verdachte alleen toe te staan de volledige verdediging te voeren, als hij verklaart daartoe door de verdachte uitdrukkelijk gemachtigd te zijn. De tekst van artikel 279, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, totstandgekomen bij Wet van 15 januari 1998, Stb. 1998, 33 en in werking getreden op 1 februari 1998 (Stb. 1998, 34), sluit weliswaar een andere wijze van verdediging niet uit, doch als men deze bepaling beziet in het licht van het toen eveneens gewijzigde artikel 331 van dit wetboek, kan de conclusie geen andere zijn dan deze, namelijk dat de verdachte, ingeval hij ervan afziet om in persoon op de terechtzitting te verschijnen, zijn raadsman slechts processuele bevoegdheden kan uitoefenen wanneer deze óf de aanwezige verdachte bijstaat óf de afwezige verdachte krachtens uitdrukkelijke machtiging verdedigt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1, en de alinea staat in dat document op bytes 25208 tot 26150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1 | shasum -a 256