Citaat | Hoge Raad 23 oktober 2001

Alinea 98 Hoge Raad 23 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4727.

Wanneer tussen raadsman en verdachte voldoende gelegenheid heeft bestaan om te overleggen hoe de verdediging zal worden gevoerd, door de verdachte zelf met bijstand van de raadsman dan wel door de raadsman alleen, daartoe uitdrukkelijk door de verdachte gemachtigd, en er geen twijfel bij de raadsman bestaat over de vraag of hij zich wel gemachtigd kan achten tot het voeren van een verdediging bij verstek met de door de wetgever daaraan verbonden gevolgen, dient door de verdachte en zijn raadsman tussen deze beide posities een keuze te worden gemaakt. Alleen indien de raadsman verschijnt "for the apparent purpose of defending the accused", en dat doet zich bij uitstek voor als de raadsman daartoe door de verdachte uitdrukkelijk is gemachtigd, moet hij in staat gesteld worden om de verdediging te voeren. Er is in dat geval sprake van een procedure op tegenspraak, waarin de raadsman alle processuele bevoegdheden bezit. Verschijnt

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1, en de alinea staat in dat document op bytes 32451 tot 33406.