Citaat | Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 56 Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4913.
3.3.4 De onderdelen 1-4 van het middel klagen dat de Rechtbank, aldus oordelend, heeft blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van het begrip 'de overeengekomen arbeid' in art. 7:628 lid 1 BW. Het middel neemt daarbij tot uitgangspunt dat ervan kan worden uitgegaan, deels bij wege van hypothetische cassatiebasis, dat partijen vóór de aanvang van iedere afzonderlijke (voortgezette) arbeidsovereenkomst steeds weer opnieuw nauwkeurig en specifiek omschreven welke arbeid (het project en het aantal uren) door [verweerder] moest worden verricht en dat Planpraktijk van de desbetreffende opdrachtgever uitsluitend betaald kreeg voor de duur van het betrokken project, en voorts dat partijen de door de Rechtbank bedoelde 'reeks' van opeenvolgende projecten nooit hebben beoogd, laat staan bedongen en dat [verweerder] in de praktijk zelf zorgde voor opvolging terwijl Planpraktijk nimmer vooraf wist of een project na afloop opvolging zou krijgen. Onder deze omstandigheden moet, mede gelet op de nauwkeurige 'afbakening' door partijen van ieder afzonderlijk project, volgens Planpraktijk niet de reeks maar het laatste project als de bedongen arbeid worden beschouwd. Deze bedongen arbeid is geëindigd op 1 september 1997.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e1874e86d1cc9fc23d69e14433ee92b2810aae630d17cefb3b1ca40e8a400. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e1874e86d1cc9fc23d69e14433ee92b2810aae630d17cefb3b1ca40e8a400, en de alinea staat in dat document op bytes 13490 tot 14745.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50e1874e86d1cc9fc23d69e14433ee92b2810aae630d17cefb3b1ca40e8a400 | shasum -a 256