Citaat | Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 59 Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4913.
Uit het stelsel van de wet en, meer in het bijzonder, de aan art. 7:668 (oud) ten grondslag liggende strekking van bescherming van de werknemer volgt dat in een geval als het onderhavige voor de toepassing van art. 7:628 lid 1 het begrip 'de overeengekomen arbeid' moet worden opgevat als het soort werkzaamheden waartoe de werknemer zich in de voortgezette arbeidsovereenkomst had verplicht. Uit een en ander volgt tevens dat, wanneer de werkgever na afloop van het project waarop de laatste, voor bepaalde tijd aangegane doch niet beëindigde, arbeidsovereenkomst betrekking had, geen nieuw project heeft waarin hij de werknemer arbeid kan doen verrichten, dit in beginsel voor rekening van de werkgever behoort te komen. De in de klachten genoemde omstandigheden kunnen niet eraan afdoen dat het hier gaat om een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen, en dat derhalve de werknemer ingevolge art. 7:628 lid 1 het recht behoudt op het vastgestelde loon indien hij door die oorzaak de overeengekomen arbeid niet heeft verricht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e1874e86d1cc9fc23d69e14433ee92b2810aae630d17cefb3b1ca40e8a400. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e1874e86d1cc9fc23d69e14433ee92b2810aae630d17cefb3b1ca40e8a400, en de alinea staat in dat document op bytes 15550 tot 16628.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50e1874e86d1cc9fc23d69e14433ee92b2810aae630d17cefb3b1ca40e8a400 | shasum -a 256