Citaat | Hoge Raad 7 december 2001
Alinea 45 Hoge Raad 7 december 2001
Een alinea uit Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4930.
3.4 De uitlatingen van de man in de gedingstukken, waaronder het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in hoger beroep, laten niet de conclusie toe dat hij gemotiveerd heeft gesteld, dat bij de beoordeling van de behoefte van de vrouw rekening moet worden gehouden met de verdiencapaciteit van de vrouw. Nu het Hof hiervan kennelijk wel is uitgegaan, slaagt de klacht van onderdeel A dat onbegrijpelijk is de uitleg van de stellingen van de man, als zouden deze een gemotiveerde betwisting van de behoefte van de vrouw (gedeeltelijk eigen verdiencapaciteit) inhouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5ffe0b51cc1cf26d0d4720a55a4fea82fc0c2f258584326e309a0e09c0a69ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5ffe0b51cc1cf26d0d4720a55a4fea82fc0c2f258584326e309a0e09c0a69ac, en de alinea staat in dat document op bytes 10855 tot 11442.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5ffe0b51cc1cf26d0d4720a55a4fea82fc0c2f258584326e309a0e09c0a69ac | shasum -a 256