Citaat | Hoge Raad 14 december 2001

Alinea 41 Hoge Raad 14 december 2001

Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4933.

3.5.2 Onderdeel 2.b kan bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Anders dan het onderdeel veronderstelt heeft het Hof voor de vergelijking tussen de floating charge en het stil pandrecht niet doorslaggevend geacht dat met de floating charge een zekerheid op het gehele bedrijfsvermogen wordt verschaft, maar heeft het de overeenstemming hierin gezien dat het zowel bij de floating charge als bij het stil pandrecht erom gaat dat de kredietverlener een zekerheidsrecht krijgt op de bedrijfsmiddelen van de kredietnemer, zonder dat deze in de uitoefening van zijn bedrijf wordt belemmerd (rov. 4.23). Op dit laatste doelt het Hof waar het in zijn rov. 4.24 spreekt van het "resultaat". Ook onderdeel 2.c mist derhalve feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cd9d077f119dfd30ac6ae5b87636bd6e44bd33e10c24fca6b6d41035745b003. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cd9d077f119dfd30ac6ae5b87636bd6e44bd33e10c24fca6b6d41035745b003, en de alinea staat in dat document op bytes 12408 tot 13179.