Citaat | Hoge Raad 6 november 2001

Alinea 30 Hoge Raad 6 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5128.

"Het Hof zal onderzoeken of een verhoor van de getuige "[betrokkene A]" kan worden verwezenlijkt. Het gaat hier immers om een persoon van wie bekend is dat hij getuige is geweest van een gebeurtenis waaromtrent zijn verklaring van wezenlijk belang is. Blijkens de door de procureur-generaal overgelegde brieven d.d. 13 juli 1998 en 24 augustus 1998 heeft deze persoon zich tot mr. Goudswaard gewend en heeft mr. Goudswaard doen weten dat de getuige bereid is als zodanig te verschijnen, indien hem de garantie van "volstrekte anonimiteit" wordt geboden. Zodanige anonimiteit kan niet op voorhand worden verleend. Het hof zal moeten vaststellen of en, zo ja, in welke mate of op welke wijze de identiteit van de getuige verborgen kan worden gehouden. Daartoe is het noodzakelijk dat de betrokkene door het hof wordt gehoord. Het hof zal daarom aan mr. Goudswaard berichten dat het hof op een in overleg met mr. Goudswaard te bepalen dag en uur in een terechtzitting met gesloten deuren - buiten aanwezigheid van de procureur-generaal en de verdachte en zijn raadsvrouw - de noodzaak van enige vorm van anonimiteit van de getuige zal onderzoeken (...)."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340, en de alinea staat in dat document op bytes 9976 tot 11140.