Citaat | Hoge Raad 6 november 2001
Alinea 31 Hoge Raad 6 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5128.
(v) Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 26 november 1998 houdt in dat de getuige [betrokkene A] achter gesloten deuren - zulks in verband met de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de getuige - en buiten aanwezigheid van de Procureur-Generaal en van de verdachte en diens raadsvrouw uitsluitend is gehoord omtrent de noodzaak van anonimiteit van de getuige. Het proces-verbaal houdt voorts als beslissing van het Hof in dat het Hof de opgegeven redenen waarom de getuige zijn identiteit verborgen wenst te houden, genoegzaam klemmend oordeelt en dat de getuige [betrokkene A] ter terechtzitting zal dienen te worden gehoord onder het treffen van beschermende maatregelen ter terechtzitting, waarbij de anonimiteit van de getuige zal worden gewaarborgd. Voorts vermeldt het proces-verbaal dat dergelijke maatregelen ook dienen te worden getroffen bij gelegenheid van een eventuele Oslo-confrontatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340, en de alinea staat in dat document op bytes 11184 tot 12129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340 | shasum -a 256