Citaat | Hoge Raad 6 november 2001
Alinea 37 Hoge Raad 6 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5128.
4.2. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 17 september 1998 zoals hiervoor onder 4.1 sub (iv) weergegeven, heeft het Hof "de noodzaak van enige vorm van anonimiteit van de getuige" willen onderzoeken, waarmee het Hof kennelijk bedoelde dat het primair wilde nagaan of het verlenen van beperkte anonimiteit als bedoeld in art. 290, eerste lid, Sv geïndiceerd en toereikend was. Het Hof heeft vervolgens ter terechtzitting van 26 november 1998 - buiten aanwezigheid van de Procureur-Generaal en van de verdachte en zijn raadsvrouw - de getuige [betrokkene A] daaromtrent gehoord en beslist dat de getuige aanspraak kon maken op volledige anonimiteit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340, en de alinea staat in dat document op bytes 13897 tot 14589.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340 | shasum -a 256