Citaat | Hoge Raad 6 november 2001
Alinea 44 Hoge Raad 6 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5128.
4.3.4. Uit het vorenoverwogene volgt dus dat het Hof ook door te oordelen - zoals hiervoor onder 4.1 sub (v) weergegeven - dat het bevoegd was onderzoek te doen naar de vraag of de getuige aanspraak kon maken op volledige anonimiteit en door te beslissen dat de anonimiteit van de getuige diende te worden gewaarborgd, blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Het Hof heeft immers in strijd met de wet de beslissing omtrent de vraag of de betrokkene als een "bedreigde getuige" moet worden aangemerkt aan zich getrokken (vgl. HR 20 april 1999, NJ 1999, 677).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340, en de alinea staat in dat document op bytes 18701 tot 19286.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340 | shasum -a 256