Citaat | Hoge Raad 6 november 2001

Alinea 52 Hoge Raad 6 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5128.

4.6. De verdachte heeft op 8 april 1999 beroep in cassatie ingesteld. De zaak is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 8 mei 2001 voor de eerste maal behandeld, hetgeen ertoe leidt dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e09825fbd626eeefbfaed912f1544e8621463cff3e1fec960859227d5e043340, en de alinea staat in dat document op bytes 21301 tot 21747.