Citaat | Hoge Raad 4 december 2001

Alinea 20 Hoge Raad 4 december 2001

Een alinea uit Hoge Raad 4 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5183.

3.5. Daarbij dient het volgende te worden aangetekend. Het verzuim van de strafadministratie van de Hoge Raad om aan de raadsman een volledig afschrift van de aanvulling op de bestreden uitspraak als bedoeld in art. 365a Sv toe te zenden zal, indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dat eisen, onder omstandigheden kunnen meebrengen dat de raadsman op diens verzoek door de rolrechter, ondanks het verstrijken van de in art. 437, tweede lid, Sv vermelde termijn, alsnog een termijn wordt gegund om zonodig een aanvullend middel in te dienen. De toewijzing van een dergelijk verzoek zal afhangen van het tijdstip waarop het verzoek vóór het verstrijken van de in art. 437, tweede lid, Sv vermelde termijn redelijkerwijs kon worden gedaan, omdat van de verdediging mag worden verlangd dat zij tijdig een verzuim als hier bedoeld ontdekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcf6a7fd4031ee3e621f948cecccd30950b7b38e838b79e6c2710996d0764d54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcf6a7fd4031ee3e621f948cecccd30950b7b38e838b79e6c2710996d0764d54, en de alinea staat in dat document op bytes 7059 tot 7922.