Citaat | Hoge Raad 18 december 2001

Alinea 23 Hoge Raad 18 december 2001

Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5207.

2.4.2. Ofschoon er dus één coffeeshop wordt gedoogd, wordt al sinds ca. 1996 een andere coffeeshop, namelijk de [coffeeshop 1] aan de [b-straat 1] ongemoeid gelaten. Ik heb dit gegeven in mijn brief van 23 september 1997 (zie bijlage 6) aan de orde gesteld. Ik heb de Officier van Justitie gerappelleerd op 28 oktober en 24 november 1997. De Officier van Justitie heeft bij schrijven van 26 januari 1998 de bijgevoegde "Notitie coffeeshopbeleid Gemeente Harlingen" van mij ontvangen met het verzoek om een sepot. Ik heb gerappelleerd op 15 en 18 februari 1998. Op 27 april 1998 heb ik opnieuw de Officier van Justitie hierover geschreven en op 3 juni 1998 gebeld. Ik heb nimmer een antwoord ontvangen. Zo dient het Openbaar Ministerie niet met de verdachte/raadsman om te gaan. Wie systematisch weigert antwoord te geven op een zeer wezenlijke vraag, maakt zich schuldig aan strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van een behoorlijke strafvordering. De sanctie is niet-ontvankelijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43874ac88c616fd5ccfa2965fc9814d80e65819b0c9f14ef8be4e06d2f52cf6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43874ac88c616fd5ccfa2965fc9814d80e65819b0c9f14ef8be4e06d2f52cf6b, en de alinea staat in dat document op bytes 6709 tot 7710.