Citaat | Hoge Raad 4 december 2001

Alinea 20 Hoge Raad 4 december 2001

Een alinea uit Hoge Raad 4 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5208.

Ter terechtzitting van voornoemde politierechter van 7 juni 1999 was het mij bekend dat mijn cliënt nog steeds vast zat in Hongarije. Ik had toen gesproken met de ex-vrouw van mijn cliënt. Zij deelde mij mede dat zij niet wist hoe lang haar man daar nog moest verblijven. Zij had wel gesproken met haar man, waarbij zij onder meer de onderhavige zaak aan de orde heeft gesteld. Haar man heeft toen gezegd dat hij graag in zijn zaak het woord wilde voeren. Op mijn vraag aan de ex-vrouw van mijn cliënt of ik mij op deze zitting wel bepaaldelijk gevolmachtigd kon achten in zijn zaak de verdediging te voeren, antwoordde zij dat dit het geval was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/802d55aedb37c52f461fd951dbd75fb1bf4f244e1506da873be3894a94344ca8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 802d55aedb37c52f461fd951dbd75fb1bf4f244e1506da873be3894a94344ca8, en de alinea staat in dat document op bytes 7225 tot 7887.