Citaat | Hoge Raad 30 november 2001

Alinea 55 Hoge Raad 30 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5318.

Nadat ABB Mega in vrijwaring had geroepen en deze zich aan de zijde van ABB in de procedure had gevoegd, heeft de Rechtbank - die van oordeel was dat het derdenbeding van art. 21 lid 4 AVGE niet was opgenomen ten behoeve van bedrijven als ABB, maar dat het hiervoor in 3.1 onder (v) vermelde exoneratiebeding ten opzichte van Océ dezelfde werking heeft als tegenover Mega - Océ toegelaten tot het bewijs dat [betrokkene A] de (beschermings)beplating van genoemde hoogspanningsverdeelinrichting heeft verwijderd en daarna kortsluiting of overslag heeft veroorzaakt. Wordt dit bewijs geleverd, dan is - aldus de Rechtbank - sprake van grove schuld, en is de vordering van Océ in beginsel voor toewijzing vatbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70ba30211d4d59d5d987dd3157d97e811cd93122487eb2ccdf1444cb7730022c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70ba30211d4d59d5d987dd3157d97e811cd93122487eb2ccdf1444cb7730022c, en de alinea staat in dat document op bytes 12312 tot 13038.