Citaat | Hoge Raad 23 november 2001
Alinea 43 Hoge Raad 23 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5323.
De Kantonrechter heeft de vorderingen van [eiser] grotendeels toegewezen. In het door [verweerster] ingestelde hoger beroep heeft de Rechtbank, voor zover in cassatie van belang, geoordeeld dat het voorshands niet aannemelijk is dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst is tot stand gekomen, en [eiser] opgedragen te bewijzen dat hij met [verweerster] een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een proeftijd van zes weken en dat hij in salarisgroep D1 zou worden ingeschaald. Hiertegen richt zich het middel, dat bestaat uit drie onderdelen, waarvan het derde bij de schriftelijke toelichting is ingetrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd73c697d121981e00dfe7bc69739b14f52871dc03767bc3672f9bc5d950061d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd73c697d121981e00dfe7bc69739b14f52871dc03767bc3672f9bc5d950061d, en de alinea staat in dat document op bytes 9107 tot 9732.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd73c697d121981e00dfe7bc69739b14f52871dc03767bc3672f9bc5d950061d | shasum -a 256