Citaat | Hoge Raad 23 november 2001

Alinea 44 Hoge Raad 23 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5323.

3.2 De onderdelen I en II richten zich met een rechtsklacht, onderscheidenlijk een motiveringsklacht tegen het oordeel van de Rechtbank dat voorshands niet aannemelijk is dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst is tot stand gekomen. De onderdelen zien evenwel eraan voorbij dat de rechter aan een in een interlocutoir vonnis gegeven oordeel niet is gebonden, tenzij met dit oordeel ten aanzien van enig geschilpunt uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een eindbeslissing is gegeven. In het onderhavige geval is het aangevallen oordeel van de Rechtbank, zoals mede blijkt uit de door haar gebezigde formulering, niet een zodanige beslissing. Hierbij verdient nog opmerking dat het oordeel van de Rechtbank niet inhoudt dat zij voorshands, behoudens door [eiser] te leveren tegenbewijs, het standpunt van [verweerster] bewezen heeft geacht dat geen arbeidsovereenkomst bestond. Een en ander brengt mee dat de onderdelen op grond van art. 399 Rv. niet tot cassatie kunnen leiden en dat [eiser] in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd73c697d121981e00dfe7bc69739b14f52871dc03767bc3672f9bc5d950061d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd73c697d121981e00dfe7bc69739b14f52871dc03767bc3672f9bc5d950061d, en de alinea staat in dat document op bytes 9770 tot 10840.