Citaat | Hoge Raad 30 november 2001

Alinea 41 Hoge Raad 30 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5350.

3.4 Het middel faalt voorzover het berust op de opvatting dat Seba het aanbod van [verweerder] niet serieus behoefde te nemen omdat zij ervan mocht uitgaan dat [betrokkene A] - de derde aan wie [verweerder] de aandelen intussen had verkocht - niet bereid was mee te werken aan een oplossing die meebracht dat de aandelen alsnog aan Seba zouden worden overgedragen. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof in de stukken van het geding geen stellingen aangetroffen die de conclusie zouden kunnen rechtvaardigen dat deze bereidheid ten tijde van het aanbod van [verweerder] bij [betrokkene A] ontbrak. Bij dat uitgangspunt geeft het aan het slot van 3.2 aangehaalde oordeel van het Hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. Hieraan doen de in het middel vermelde omstandigheden niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4ce89d804cbe3d1dd3bd244319aa2eb966aa2b924ebc4443a57d47f387ba4ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4ce89d804cbe3d1dd3bd244319aa2eb966aa2b924ebc4443a57d47f387ba4ea, en de alinea staat in dat document op bytes 10031 tot 10904.