Citaat | Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 27 Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5352.

Bij tussenarrest van 25 november 1999 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep met betrekking tot rechtsoverweging 5.1 van het dictum vernietigd, de primaire vordering van [eisers] alsnog afgewezen en [eisers] toegelaten tot het bewijzen van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat [verweerder] na 1 december 1995 geen redelijke inspanning meer heeft betracht en niet heeft willen betrachten teneinde financiering te verkrijgen van de op 1 december 1995 overeengekomen koopsom van ƒ 2.400.000,--. Voorts heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door [eisers], als bedoeld in rechtsoverweging 5.7 en 5.8 van zijn arrest, teneinde mee te delen of zij van de gelegenheid tot bewijslevering gebruik wensen te maken alsmede voor het opgeven van aantal en namen van de te horen getuigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43df93029e0f13ae334338e07f624e2726357b0586944197e9e262a45025bcc5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43df93029e0f13ae334338e07f624e2726357b0586944197e9e262a45025bcc5, en de alinea staat in dat document op bytes 6567 tot 7395.