Citaat | Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 40 Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5352.
3.2[eisers] vorderen dat [verweerder] zal worden veroordeeld aan hen een bedrag van ƒ 250.000,-- te voldoen. Primair stellen zij daartoe dat tussen partijen tijdens de bespreking van 1 december 1995 een koopovereenkomst tot stand is gekomen, waarvan een boetebeding onderdeel uitmaakt ten belope van dit bedrag. Subsidiair voeren zij daartoe aan dat, als het in rechte ervoor moet worden gehouden dat deze overeenkomst nog niet was gesloten, de onderhandelingen tussen partijen in elk geval zover waren gevorderd dat het [verweerder] niet vrijstond deze zonder meer af te breken, althans niet zonder vergoeding van de daardoor door [eisers] geleden schade. Door dat wel te doen heeft [verweerder] onrechtmatig gehandeld, aldus [eisers]
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43df93029e0f13ae334338e07f624e2726357b0586944197e9e262a45025bcc5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43df93029e0f13ae334338e07f624e2726357b0586944197e9e262a45025bcc5, en de alinea staat in dat document op bytes 10294 tot 11043.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43df93029e0f13ae334338e07f624e2726357b0586944197e9e262a45025bcc5 | shasum -a 256