Citaat | Hoge Raad 30 november 2001
Alinea 16 Hoge Raad 30 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD6419.
2.5. Op grond van het hiervoor in 2.3 en 2.4 overwogene moet worden aangenomen dat de Nederlandse wetgever bij de implementatie van de Richtlijn het aanknopingspunt voor de heffing van assurantiebelasting - ook in gevallen als het onderhavige - heeft geregeld overeenkomstig het aanknopingspunt dat de Richtlijn hanteert. Voorts moet worden aangenomen dat het daartoe gebezigde, aan de Richtlijn ontleende begrip vestiging in artikel 21, lid 1, van de Wet moet worden uitgelegd overeenkomstig de betekenis die daaraan, naar uit het arrest van het Hof van Justitie blijkt, moet worden toegekend, waaraan het bepaalde in artikel 21, lid 4, van de Wet niet in de weg staat. Het van andere opvattingen uitgaande in 2.2 weergegeven betoog van belanghebbende, hierop neerkomende dat de wetgever in afwijking van de volgens de Richtlijn geldende verdeling van de bevoegdheid tot belastingheffing voorshands heeft willen afzien van de mogelijkheid van heffing van assurantiebelasting in gevallen als het onderhavige, kan dan ook niet als juist worden aanvaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d88ca79f04df916e98cd620eb7a10d67d759366ee00ad518540a0b5bfdb05079. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d88ca79f04df916e98cd620eb7a10d67d759366ee00ad518540a0b5bfdb05079, en de alinea staat in dat document op bytes 13095 tot 14161.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d88ca79f04df916e98cd620eb7a10d67d759366ee00ad518540a0b5bfdb05079 | shasum -a 256