Citaat | Hoge Raad 7 december 2001

Alinea 37 Hoge Raad 7 december 2001

Een alinea uit Hoge Raad 7 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD6831.

(viii) In een door [verzoeker 2] vervolgens aangespannen kort geding heeft de president van de rechtbank te Leeuwarden onder meer geoordeeld dat de beschikking van het Hof klaarblijkelijk op een misslag berust, nu is gebleken dat [verzoeker 2] - die niet als belanghebbende door het Hof is opgeroepen - mondeling noch schriftelijk heeft ingestemd met het gebruik van zijn adres als briefadres en op grond daarvan de gevraagde voorziening, neerkomend op - voor zover hier van belang - schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad totdat in cassatie op een eventueel verzoek om opheffing van de uitvoerbaarheid bij voorraad zal zijn beslist, toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b5a640da7b126cb7c097ed1e45d4ebb519fd2819de2f412e8e7af660bed3013. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b5a640da7b126cb7c097ed1e45d4ebb519fd2819de2f412e8e7af660bed3013, en de alinea staat in dat document op bytes 9638 tot 10309.