Citaat | Hoge Raad 21 december 2001

Alinea 45 Hoge Raad 21 december 2001

Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD7366.

3.3 Het Hof heeft daartoe, kort samengevat en voor zover in cassatie van belang, als volgt overwogen. In juli 1990 gold ofwel een handtekeningenkaart als door Lowstate gesteld ofwel een handtekeningenkaart van 27 oktober 1988. In beide gevallen was, anders dan het GEA heeft geoordeeld, sprake van een bevoegdheidsinstructie aan MCB (rov. 4.4.1 - 4.4.4). In beide gevallen was in ieder geval [betrokkene A] jegens MCB ook niet bevoegd om betalingsopdrachten te verstrekken namens Lowstate, althans mocht MCB er in haar relatie tot Lowstate niet van uitgaan dat [betrokkene A] daartoe bevoegd was, ondanks zijn statutaire bevoegdheden als directeur van Lowstate (en Leyden-Curaçao N.V.) (rov. 4.5). Naast en afgezien van de bevoegdheidsinstructie had ook een vijftal in het vonnis opgesomde omstandigheden, bezien in onderling verband en samenhang, MCB ervan behoren te weerhouden om zonder meer uitvoering te geven aan de betalingsopdrachten van [betrokkene A] (rov. 4.6). Door onder voormelde omstandigheden de betalingsopdrachten van [betrokkene A] zonder meer uit te voeren en daarbij - kennelijk - alleen af te gaan op de statutaire bevoegdheid van [betrokkene A], heeft MCB jegens Lowstate niet de van haar te verlangen zorgvuldigheid betracht. Het belang van een snel en soepel betalingsverkeer stelt weliswaar grenzen aan het onderzoek dat van een bank mag worden verlangd bij het uitvoeren van betalingsopdrachten, maar in dit geval waren er zodanig duidelijke aanwijzingen dat [betrokkene A] in weerwil van zijn statutaire bevoegdheid niet de (interne) bevoegdheid bezat om namens Lowstate aan MCB de onderhavige betalingsopdrachten te verstrekken, dat MCB die opdrachten niet zonder nader onderzoek had behoren uit te voeren. Onder voormelde omstandigheden moet de onzorgvuldigheid van MCB als dermate ernstig worden aangemerkt dat MCB zich ter afwering van haar aansprakelijkheid jegens Lowstate ook niet te goeder trouw kan beroepen op het bepaalde in art. 21 van haar algemene voorwaarden. Daarbij neemt het Hof in aanmerking dat deze bepaling ook een vrij ver gaande exoneratie van MCB inhoudt en dat MCB niet (gemotiveerd) heeft aangevoerd dat zij in dit geval reeds enkel door de overschrijding van de dertig-dagen termijn door Lowstate in haar belangen is geschaad (rov. 4.7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8853005d6151b7f623f69c9800a97d0c0cddcaf7973ef9075a30bcf4c2544003. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8853005d6151b7f623f69c9800a97d0c0cddcaf7973ef9075a30bcf4c2544003, en de alinea staat in dat document op bytes 12803 tot 15110.