Citaat | Hoge Raad 21 september 2001
Alinea 38 Hoge Raad 21 september 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3483.
3.5.2 Het voert daartoe in de eerste plaats aan (onderdeel 2.b1) dat slechts de beëindiging zelf van de onderhandelingen, eventueel in samenhang met het opstellen van een desbetreffende brief, kan worden aangemerkt als de schadeveroorzakende gebeurtenis, en niet de ontvangst van de brief door de wederpartij. Het onderdeel verliest aldus uit het oog dat een louter intern besluit tot het beëindigen van onderhandelingen, ook al zou dit zijn neergelegd in een aan de wederpartij te zenden brief, nog niet kan worden aangemerkt als afbreken van de onderhandelingen waardoor schade wordt veroorzaakt. Daarvan kan eerst sprake zijn als het besluit effect sorteert doordat het ten uitvoer wordt gelegd en de wederpartij daarvan op de hoogte raakt. Dit betekent dat in een geval als het onderhavige het afbreken van de onderhandelingen pas effect heeft door de ontvangst van de brief waarin dit afbreken wordt medegedeeld. Hiermee strookt het aan te nemen dat de plaats waar die brief is ontvangen, moet worden aangemerkt als de plaats waar de onderhandelingen zijn afgebroken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7dc30dc19011d2aba3415d7fc7f536272aaf187598395822a579e4a6effebaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7dc30dc19011d2aba3415d7fc7f536272aaf187598395822a579e4a6effebaa, en de alinea staat in dat document op bytes 11095 tot 12182.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7dc30dc19011d2aba3415d7fc7f536272aaf187598395822a579e4a6effebaa | shasum -a 256