Citaat | Hoge Raad 21 september 2001
Alinea 39 Hoge Raad 21 september 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3483.
3.5.3 Anders dan onderdeel 2.b2 betoogt, doet aan het voorgaande niet af dat in bepaalde gevallen de plaats van ontvangst van de mededeling dat de onderhandelingen zijn beëindigd, niet anders dan als willekeurig kan worden beschouwd. In dergelijke gevallen zal naar de omstandigheden moeten worden beoordeeld of die plaats in aanmerking kan komen als plaats waar het schadeveroorzakend handelen heeft plaatsgevonden. In het onderhavige geval doet zodanige willekeur zich evenwel niet voor, nu het gaat om de plaats van vestiging van een van de bij de onderhandelingen betrokken partijen en de andere partij heeft bewerkstelligd dat haar mededeling omtrent het afbreken van de onderhandelingen op die plaats is ontvangen doordat zij die mededeling naar het desbetreffende adres heeft gezonden. In het licht hiervan kan, anders dan het onderdeel betoogt, niet worden gezegd dat een bijzonder nauw verband tussen de aangezochte rechter en het geschil ontbreekt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7dc30dc19011d2aba3415d7fc7f536272aaf187598395822a579e4a6effebaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7dc30dc19011d2aba3415d7fc7f536272aaf187598395822a579e4a6effebaa, en de alinea staat in dat document op bytes 12202 tot 13174.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7dc30dc19011d2aba3415d7fc7f536272aaf187598395822a579e4a6effebaa | shasum -a 256