Citaat | Hoge Raad 21 september 2001
Alinea 40 Hoge Raad 21 september 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3483.
3.5.4 Voor zover onderdeel 2.b3 betoogt dat de aan BUS verweten onrechtmatige daad bestaat in feitelijke handelingen van BUS bij het beëindigen van de onderhande-lingen, welke feitelijke handelingen - naar analogie van hetgeen het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in een geval van belediging door een perspublicatie heeft overwogen in rov. 24 van zijn arrest van 7 maart 1995, nr. C68/93, Jur. 1995, p. 1-0415, NJ 1996, 269 - "enkel" in de plaats(en) van oorsprong van het besluit tot beëindiging van de onderhandelingen en van het opstellen van de desbetreffende brief kunnen worden gelokaliseerd, miskent het dat het Hof behalve de gerechten van de staat van de plaats van vestiging van de uitgever van de beledigende publicaties, ook bevoegd heeft geacht de gerechten van elke staat waar de publicatie is verspreid. Hieruit blijkt dat, anders dan het middel wil, de bepleite analogie juist ertoe noopt voor een geval als het onderhavige aan te nemen dat de bevoegdheid mede wordt bepaald door de plaats waar de desbetreffende mededeling is ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7dc30dc19011d2aba3415d7fc7f536272aaf187598395822a579e4a6effebaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7dc30dc19011d2aba3415d7fc7f536272aaf187598395822a579e4a6effebaa, en de alinea staat in dat document op bytes 13213 tot 14299.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7dc30dc19011d2aba3415d7fc7f536272aaf187598395822a579e4a6effebaa | shasum -a 256