Citaat | Hoge Raad 10 augustus 2001
Alinea 37 Hoge Raad 10 augustus 2001
Een alinea uit Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3598.
3.3 De Rechtbank heeft geoordeeld dat [verzoekster] ontvankelijk is in haar verzoek en heeft vervolgens het verzoek toegewezen. Wat betreft de ontvankelijkheid van [verzoekster] in haar verzoek heeft de Rechtbank, na te hebben overwogen dat [verweerster] als levensgezel van [verzoekster] heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, geoordeeld dat [verweerster] dient te worden gelijk gesteld met de in art. 1:394 BW genoemde "levensgezel". Het in dit artikel gebezigde woord "man" dient als niet meer passend in deze tijd te worden gezien, ook al is dit artikel eerst op 1 april 1998 in werking getreden, aldus de Rechtbank. Redengevend voor dit oordeel acht de Rechtbank dat op grond van voortschrijdend inzicht in de juridische litteratuur, in wet- en regelgeving en in de jurisprudentie, duidelijk wordt dat thans zoveel mogelijk duurzame relatievormen gelijk dienen te worden gesteld met het huwelijk, met inbegrip van de juridische gevolgen daarvan en dat dit ook moge blijken uit het regeringsvoornemen het huwelijk open te (gaan) stellen voor partners van gelijk geslacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/66ead2d2346388ed4903c68b487ec760bf0c2c35783a68ed73e6c47203a610b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 66ead2d2346388ed4903c68b487ec760bf0c2c35783a68ed73e6c47203a610b4, en de alinea staat in dat document op bytes 8359 tot 9497.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/66ead2d2346388ed4903c68b487ec760bf0c2c35783a68ed73e6c47203a610b4 | shasum -a 256