Citaat | Hoge Raad 10 augustus 2001

Alinea 45 Hoge Raad 10 augustus 2001

Een alinea uit Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3598.

3.7.3 De slotsom van het in 3.7.2 overwogene moet zijn dat uit de rechtspraak van de EHRM en de beslissingen van de ECRM tot nu toe niet kan worden afgeleid dat in een geval als het onderhavige sprake is van "family life" tussen een kind en de (voormalige) vrouwelijke partner van zijn moeder. Nu voorts over de vraag of in geval van een homosexuele relatie sprake is van "family life" als bedoeld in art. 8 EVRM tussen de Lidstaten van de Raad van Europa geen eensgezindheid bestaat, moet worden aangenomen dat te dien aanzien aan de Lidstaten een "wide margin of apprecation" toekomt (vgl. o.m. par. 44 van de hiervóór in 3.7.2 onder 1) genoemde uitspraak van het EHRM). Dit een en ander brengt mee dat, anders dan in het in de beschikking van de Hoge Raad van 26 april 1996, nr. 8788, NJ 1997, 119, veronderstellenderwijs aangenomen geval, uit art. 8 EVRM niet kan worden afgeleid dat deze bepaling in een geval als het onderhavige een positieve verplichting oplegt om een kind een aanspraak op levensonderhoud toe te kennen jegens de (voormalige) vrouwelijke partner van zijn moeder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/66ead2d2346388ed4903c68b487ec760bf0c2c35783a68ed73e6c47203a610b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 66ead2d2346388ed4903c68b487ec760bf0c2c35783a68ed73e6c47203a610b4, en de alinea staat in dat document op bytes 16195 tot 17300.