Citaat | Hoge Raad 21 september 2001

Alinea 23 Hoge Raad 21 september 2001

Een alinea uit Hoge Raad 21 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3653.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 7 maart 1997 [eiseres] bewijs opgedragen en iedere verdere beslissing aangehouden. Na enquête en contra-enquête heeft [verweerster] haar eis aangevuld in dier voege, dat indien bewezen wordt geacht dat [eiseres] de pensioenrechten van [betrokkene B] (hierna: wijlen [betrokkene B]) heeft afgekocht, deze afkoop nietig is. Nadat de Rechtbank op 13 maart 1998 een tussenvonnis had gewezen heeft zij bij eindvonnis van 5 maart 1999 [eiseres] veroordeeld om aan [verweerster] een bedrag van ƒ 3.756,-- per jaar te betalen, zulks in maandelijkse termijnen achteraf en met ingang van 15 juni 1993, steeds vermeerderd met de wettelijke rente, [eiseres] veroordeeld om aan [verweerster] te voldoen het bedrag van ƒ 1.370,--, vermeerderd met de wettelijke rente en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be8f2d721d17b38ff75bc503e3309df12bb6972f1f9f684170e4c812ac5a5b9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be8f2d721d17b38ff75bc503e3309df12bb6972f1f9f684170e4c812ac5a5b9e, en de alinea staat in dat document op bytes 6220 tot 7074.