Citaat | Hoge Raad 21 september 2001

Alinea 53 Hoge Raad 21 september 2001

Een alinea uit Hoge Raad 21 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3653.

Volgens art. 32 lid 4 Pensioen- en spaarfondsenwet kan een pensioen of aanspraak op pensioen niet worden afgekocht behoudens de in deze bepaling genoemde uitzonderingen. Daaraan voegt het zevende lid toe dat elk beding dat hiervan afwijkt nietig is. Deze bepalingen strekken niet alleen ter bescherming van een deelnemer als bedoeld in art. 1 lid 1, onder g, Pensioen- en spaarfondsenwet, maar ook ter bescherming van derden, zoals de weduwe van een deelnemer, aan wie ingevolge een bij de pensioentoezegging gemaakt beding pensioen, in de zin van art. 1 lid 1, onder a, toekomt. Anders dan het middel betoogt kon derhalve niet alleen [betrokkene B] maar in ieder geval ook [verweerster] zich op de in art. 32 lid 7 vervatte nietigheidsgrond beroepen. Derhalve mist ook dit onderdeel doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be8f2d721d17b38ff75bc503e3309df12bb6972f1f9f684170e4c812ac5a5b9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be8f2d721d17b38ff75bc503e3309df12bb6972f1f9f684170e4c812ac5a5b9e, en de alinea staat in dat document op bytes 14638 tot 15440.