Citaat | Hoge Raad 10 augustus 2001

Alinea 46 Hoge Raad 10 augustus 2001

Een alinea uit Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3655.

3.3 Het Gerecht heeft in zijn tussenvonnis geoordeeld dat de verklaring van de in voorlopig getuigenverhoor gehoorde [betrokkene C] een begin van bewijs oplevert van de stellingen van [verweerder] c.s. en [verweerder] c.s. toegelaten tot het afleggen van een aanvullende eed. Nadat [verweerder 1] deze eed had afgelegd, heeft het Gerecht bij eindvonnis geoordeeld dat op 31 oktober 1995 tussen Domaro en [verweerder] c.s. een koopovereenkomst is totstandgekomen met betrekking tot het huis en de vordering van [verweerder] c.s. toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef, en de alinea staat in dat document op bytes 11561 tot 12113.