Citaat | Hoge Raad 10 augustus 2001

Alinea 48 Hoge Raad 10 augustus 2001

Een alinea uit Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3655.

"[Betrokkene A] is als directeur van Domaro met deze te vereenzelvigen en derhalve als partij aan te merken. [Betrokkene A] kan dus niet als getuige worden gehoord. Voor zover Domaro zich beroept op het bepaalde in art. 6 EVRM zoals dat door het EHRM te Straatsburg is uitgelegd in het Dombo-arrest, geldt dat het niet toelaten van [betrokkene A] als getuige niet strijdig is met het door art. 6 EVRM gewaarborgde beginsel van een "fair hearing". In dit beginsel ligt besloten dat iedere partij een redelijke mogelijkheid moet krijgen om zijn stellingen en bewijzen naar voren te brengen onder omstandigheden die hem niet in een substantieel slechtere positie brengen dan de wederpartij. In de onderhavige zaak is het noch aan [betrokkene A] noch aan [verweerder 1] noch overigens aan [verweerster 2], toegestaan als getuige op te treden zodat van een slechtere positie van Domaro in vorenbedoelde zin geen sprake is."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef, en de alinea staat in dat document op bytes 13062 tot 13994.