Citaat | Hoge Raad 10 augustus 2001
Alinea 52 Hoge Raad 10 augustus 2001
Een alinea uit Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3655.
3.6 Onderdeel 2 keert zich tegen het oordeel van het Hof in de hiervoor in 3.4 aangehaalde rov. 4.12 dat het niet toelaten van [betrokkene A] als getuige niet in strijd is met het door art. 6 EVRM gewaarborgde beginsel van een "fair hearing", nu het ook aan [verweerder] c.s. niet is toegestaan als getuige op te treden, zodat Domaro niet in een substantieel slechtere bewijspositie is gebracht dan [verweerder] c.s. Het onderdeel voert daartegen met een kennelijke verwijzing naar de tweede alinea van par. 33 van het Dombo-arrest aan dat Domaro geen redelijke mogelijk-heid heeft gehad "to present his case - including his evidence - under conditions that do not place him under a substantial disadvantage vis-à-vis his opponent", omdat [verweerder] c.s. in de gelegenheid zijn gesteld als getuige te doen horen de - volgens Domaro partijdige - "sleutelfiguur" [betrokkene C], terwijl Domaro niet de met haar te vereenzelvigen "sleutelfiguur" [betrokkene A] als getuige mocht doen horen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef, en de alinea staat in dat document op bytes 16195 tot 17198.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef | shasum -a 256