Citaat | Hoge Raad 10 augustus 2001
Alinea 53 Hoge Raad 10 augustus 2001
Een alinea uit Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3655.
Het onderdeel faalt. Het Dombo-arrest strekt met name er-toe te waarborgen dat procespartijen gelijke kansen hebben bij de bewijslevering door hen op gelijke voet te brengen wat betreft de bekwaamheid om in een procedure als getuige op te treden. Het Hof heeft dit, naar blijkt uit de slotzin van zijn rov. 4.12, anders dan het onderdeel kennelijk aanneemt, niet uit het oog verloren. Daarbij dient mede bedacht te worden dat aan bewijslevering door getuigen inherent is dat de mogelijkheid bestaat dat de ene partij meer en/of meer direct betrokken getuigen voorbrengt dan de andere partij. Art. 6 EVRM staat daaraan niet in de weg. Het Hof heeft dan ook niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door enerzijds wel [betrokkene C], die niet met [verweerder] c.s. is te vereenzelvigen, als getuige te horen en anderzijds [betrokkene A], die wel met Domaro is te vereenzelvigen, niet als getuige toe te laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef, en de alinea staat in dat document op bytes 17206 tot 18137.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef | shasum -a 256