Citaat | Hoge Raad 10 augustus 2001
Alinea 56 Hoge Raad 10 augustus 2001
Een alinea uit Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3655.
3.8 's Hofs oordeel in zijn rov. 4.8 dat niet gesteld noch gebleken is dat door Domaro of namens deze door [betrokkene A] in het hiervoor in 3.1 onder (viii) vermelde telefoongesprek of op enig ander moment bezwaar is gemaakt tegen de inhoud van het contract waar het betreft de passage dat partijen "op 31 oktober 1995 een koopovereenkomst [hebben] gesloten", is onbegrijpelijk. Immers, de door Domaro in onderdeel 5 geciteerde vindplaatsen in de gedingstukken laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat Domaro wel degelijk heeft gesteld dat [betrokkene A] heeft geprotesteerd tegen de inhoud van de hem toegezonden koopakte. Onderdeel 5, dat een hierop gerichte klacht behelst, is derhalve gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef, en de alinea staat in dat document op bytes 18430 tot 19146.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8cd0d9e1bbd7fb0b9b35772898d3d31a226ec424746bf98ecfc587d8ba50eef | shasum -a 256