Citaat | Hoge Raad 7 september 2001
Alinea 48 Hoge Raad 7 september 2001
Een alinea uit Hoge Raad 7 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3657.
3.6 Ten slotte bestrijdt het middel tevergeefs het in 3.3 onder (c) vermelde oordeel. [Verweerder] heeft immers als aanknopingspunt voor bewijslevering door [eiseres], naar het Hof kennelijk heeft geoordeeld, voldoende gesteld door te vermelden dat een deel van het "behandelingsverslag" is geschreven door de verpleegkundige [betrokkene B] en door aan te geven waarom hij niet over gegevens kan beschikken waaruit zou kunnen blijken welke assistenten op de bewuste dag dienst hadden. Het Hof heeft klaarblijkelijk aangenomen dat [verweerder] te dezer zake alle informatie waarover hij in redelijkheid kon beschikken, heeft verschaft en dat het niet voor zijn risico komt dat bepaalde gegevens niet voorhanden zijn. Dit oordeel geeft, in aanmerking genomen dat (1) [verweerder] pas in 1988 door [eiseres] aansprakelijk is gesteld, (2) op haar de bewijslast rust van de voldoende gemotiveerd betwiste stelling dat [verweerder] zonder assistentie heeft gewerkt, (3) niet gebleken is dat voor [verweerder] de verplichting bestond in het verslag melding te maken van de persoon die hem assisteerde en (4) evenmin gebleken is dat het verloren gaan van administratieve gegevens aan [verweerder] valt toe te rekenen, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en het is ook niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d57897bbc529278a3a5fbcd4a196e9b9fc743db2136ff0d2468b84d843fa7cb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d57897bbc529278a3a5fbcd4a196e9b9fc743db2136ff0d2468b84d843fa7cb9, en de alinea staat in dat document op bytes 15437 tot 16739.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d57897bbc529278a3a5fbcd4a196e9b9fc743db2136ff0d2468b84d843fa7cb9 | shasum -a 256