Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2001
Alinea 41 Hoge Raad 19 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3689.
De Rechtbank heeft de grieven 3 tot en met 6 gegrond bevonden. Hetgeen zij daartoe heeft overwogen kan als volgt worden samengevat. Ingevolge het hier van toepassing zijnde art. 7:658 is het aan PTT Post te stellen en zonodig te bewijzen dat zij haar verplichtingen uit lid 1 van dit artikel is nagekomen (rov. 5.2). De mate waarin van een werkgever veiligheidsinstructies kunnen worden gevergd, wordt mede bepaald door de aard van de werkzaamheden. Mede in het licht van het ervaringsfeit dat het dagelijks verkeren in een bepaalde werksituatie tot een vermindering van de ter voorkoming van ongelukken raadzame voorzichtigheid leidt, zijn aan de door [verweerder] verrichte werkzaamheden, waarbij de postbesteller zich dicht langs buiten de bebouwde kom gelegen wegen bevindt waarover met behoorlijke snelheden wordt gereden, aanzienlijke risico's verbonden. Op PTT Post rust in dit geval derhalve een aanzienlijke verplichting veilig werken te bevorderen en op veilig werken toe te zien (rov. 5.4). Tot de zorgplicht van PTT Post behoort (minimaal) dat er duidelijke veiligheidsinstructies bestaan, dat deze schriftelijk zijn vastgelegd en dat in enige vorm toezicht wordt gehouden op de naleving ervan (rov. 5.5). De door PTT Post gestelde veiligheidsmaatregelen zijn niet toereikend om aan de van haar in redelijkheid te vergen veiligheidsverplichting te voldoen, mede in aanmerking genomen dat, zoals PTT Post heeft gesteld, a) de post niet altijd met elastieken wordt gebundeld en b) de postbesteller zich altijd wel op enig moment bij de achterklep van de auto moet ophouden, waardoor hij aan het zicht van het tegemoetkomend verkeer wordt onttrokken (rov. 5.6). PTT Post is derhalve aansprakelijk voor de door [verweerder] geleden schade tenzij zij voldoende gemotiveerd stelt (en zonodig bewijst) dat ook de redelijkerwijs van haar te vergen veiligheidsmaatregelen het ongeval niet zouden hebben voorkomen (rov. 5.7). In dit verband heeft PTT Post gesteld dat geen enkele instructie het ongeval had kunnen voorkomen. Het is immers het gevolg van onoplettendheid van [verweerder], die het poststuk in zijn handen moet hebben gehad toen het wegwaaide, nu post met elastieken wordt gebundeld en rechtop in de bakken staat, en een dergelijk ongeval zich nooit eerder heeft voorgedaan (rov. 5.8). Eventuele onoplettendheid van [verweerder] kan, aldus de Rechtbank, geen afbreuk doen aan het bestaan van het vereiste causale verband en voor het overige heeft PTT Post haar stellingen te dezen onvoldoende feitelijk onderbouwd, nu zij niet meer heeft gedaan dan een veronderstelling uiten, waarbij hetgeen zij als ervaringsregel ter ondersteuning daarvan opwerpt, volgens haarzelf niet altijd opgaat (rov. 5.9).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4df67ce92755ac2a8215126bfd3fb95eb31ad0fb96b4312b2c8879d67205381. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4df67ce92755ac2a8215126bfd3fb95eb31ad0fb96b4312b2c8879d67205381, en de alinea staat in dat document op bytes 9695 tot 12427.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4df67ce92755ac2a8215126bfd3fb95eb31ad0fb96b4312b2c8879d67205381 | shasum -a 256