Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2001
Alinea 44 Hoge Raad 19 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3689.
3.5.2 Het onderdeel, dat niet het bestaan bestrijdt van de ervaringsregel dat het dagelijks verkeren in een bepaalde werksituatie tot een vermindering van de ter voorkoming van ongelukken raadzame voorzichtigheid leidt, faalt. Een schakel in de hiervoor onder 3.3 samengevatte gedachtengang van de Rechtbank welke uitmondt in het oordeel dat PTT Post onvoldoende veiligheidsmaatregelen heeft getroffen, wordt gevormd door het oordeel dat aan de door [verweerder] in het onderhavige geval als postbesteller verrichte werkzaamheden aanzienlijke risico's zijn verbonden. Dat de Rechtbank voor dit oordeel, waaraan zij de gevolgtrekking heeft verbonden dat op PTT Post in dit geval een aanzienlijke verplichting rust om veilig werken te bevorderen en om op veilig werken toe te zien, mede de zo-even genoemde ervaringsregel redengevend heeft geoordeeld, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, en is evenmin onbegrijpelijk. Anders dan het onderdeel kennelijk tot uitgangspunt neemt, behoefde het feit dat een postbesteller bij de uitvoering van die werkzaamheden tevens deelnemer aan het wegverkeer is, de Rechtbank niet ervan te weerhouden gewicht toe te kennen aan die ervaringsregel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4df67ce92755ac2a8215126bfd3fb95eb31ad0fb96b4312b2c8879d67205381. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4df67ce92755ac2a8215126bfd3fb95eb31ad0fb96b4312b2c8879d67205381, en de alinea staat in dat document op bytes 13491 tot 14697.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4df67ce92755ac2a8215126bfd3fb95eb31ad0fb96b4312b2c8879d67205381 | shasum -a 256