Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2001
Alinea 46 Hoge Raad 19 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3689.
3.6.2 Bij de beoordeling van deze klacht moet het volgende worden vooropgesteld. De Rechtbank heeft, in cassatie onbestreden, vastgesteld dat [verweerder] tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden in een impuls, ingegeven door het feit dat een poststuk uit de aan de achterzijde geopende laadruimte van de bestelauto de weg op waaide, de rijbaan op is geschoten. Daarvan uitgaande heeft de Rechtbank met juistheid geoordeeld dat het in dit geding gaat om de vraag of PTT Post in redelijkheid door middel van veiligheidsmaatregelen of -instructies de kans op dat wegwaaien van post had kunnen en moeten voorkomen, althans verkleinen, en dus - anders dan het onderdeel tot uitgangspunt lijkt te nemen - niet om de vraag of PTT Post in redelijkheid door maatregelen of instructies had kunnen en moeten voorkomen dat postbestellers bij een verkeersongeval betrokken raken doordat zij zonder aanleiding en zonder op te letten vanachter hun bestelauto de weg oplopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4df67ce92755ac2a8215126bfd3fb95eb31ad0fb96b4312b2c8879d67205381. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4df67ce92755ac2a8215126bfd3fb95eb31ad0fb96b4312b2c8879d67205381, en de alinea staat in dat document op bytes 15562 tot 16539.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4df67ce92755ac2a8215126bfd3fb95eb31ad0fb96b4312b2c8879d67205381 | shasum -a 256