Citaat | Hoge Raad 10 juli 2001

Alinea 18 Hoge Raad 10 juli 2001

Een alinea uit Hoge Raad 10 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD1854.

3.2. Het beroep in cassatie betreft een uitspraak van een economische kamer als bedoeld in de Wet op de economische delicten. Nu de verdachte niet binnen de door die wet gestelde termijn door een advocaat een schriftuur met middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 56 (oud) WED, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1bcbfeb1d675f200df25f52df173beee37a17058eee42691c30f38057dbe83b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1bcbfeb1d675f200df25f52df173beee37a17058eee42691c30f38057dbe83b, en de alinea staat in dat document op bytes 6504 tot 6907.