Citaat | Hoge Raad 5 juni 2001

Alinea 48 Hoge Raad 5 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2023.

Gelet op de ernst van de beweerdelijk door verdachte gepleegde overtredingen, acht het hof -na afweging van eerder genoemde belangen- de noodzaak tot het maken van een inbreuk op het recht op privacy door de opsporingsambtenaren voldoende aannemelijk geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff0db2e7ae93394eb38f78792bab7d152880c34da0188d0845aa046605b0e5ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff0db2e7ae93394eb38f78792bab7d152880c34da0188d0845aa046605b0e5ac, en de alinea staat in dat document op bytes 14390 tot 14663.