Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 27 Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2513.

(i) Het door de rechter ter kennis brengen van de Officier van Justitie van de in de civiele procedure tussen [C B.V.] en de Zwitserse vennootschap door de laatstgenoemde overgelegde stukken komt neer op het onverplicht doen van aangifte van vermoedelijk ook door de verdachte gepleegde strafbare feiten (het Hof verwijst naar de art. 160 e.v. Sv en doelt klaarblijkelijk op de bevoegdheid tot aangifte als bedoeld in art. 161 Sv).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3, en de alinea staat in dat document op bytes 9944 tot 10389.