Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 34 Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2513.
Het eerste onderdeel wordt door de Hoge Raad aldus begrepen, dat daarin wordt opgekomen tegen 's Hofs oordeel dat het in de onderhavige zaak reeds op grond van hetgeen de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 30 maart 1998, NJ 1998, 554, de rechter niet vrijstond het bij hem ontstane vermoeden van door de verdachte gepleegde strafbare feiten ter kennis te brengen van de Officier van Justitie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3, en de alinea staat in dat document op bytes 12330 tot 12746.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3 | shasum -a 256