Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 36 Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2513.
4.2. In cassatie staat vast dat door [C B.V.] in een burgerlijk geding in reconventie een uiteindelijk door haar ingetrokken vordering wegens onverschuldigde betaling is ingesteld tegen de eiseres in conventie, waartegen deze zich heeft verweerd door stukken in het geding te brengen (waaronder facturen inzake door de Zwitserse vennootschap zogenaamd betaalde commissie) waaruit niet anders kon volgen dan dat de vordering uit onverschuldigde betaling van iedere grondslag was ontbloot en ten aanzien waarvan bij de rechter die in die procedure tot beslissen was geroepen, het vermoeden rees dat ook door de verdachte, die geen partij was in de procedure, strafbare feiten waren gepleegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3, en de alinea staat in dat document op bytes 13011 tot 13713.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3 | shasum -a 256