Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 38 Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2513.
4.4. Vaststaat dat een tegenvordering uit onverschuldigde betaling is gefingeerd, welke tegenvordering is ingetrokken toen bleek dat daarvoor iedere grondslag ontbrak nadat de wederpartij de onjuistheid van die grondslag had aangetoond met bewijsstukken waaruit het vermoeden rees dat de vennootschap alsmede haar directeur, de verdachte, strafbare feiten hebben gepleegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3, en de alinea staat in dat document op bytes 14723 tot 15108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3 | shasum -a 256