Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 41 Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2513.
4.5. Door te oordelen zoals het Hof heeft gedaan, heeft het miskend dat het onderhavige geval van aan [C B.V.] te wijten misleiding van de rechter buiten het bereik blijft van de gevallen zoals bedoeld in HR 30 maart 1998, NJ 1998, 554, waarin het de rechter niet vrijstaat onverplicht aangifte te doen van strafbare feiten die gelegen zijn in hem in het kader van een civiele procedure door een partij ter kennis gebrachte feiten. In een geval als het onderhavige heeft de rechter op grond van art. 161 Sv de bevoegdheid aangifte te doen. Het Hof heeft derhalve blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3, en de alinea staat in dat document op bytes 16474 tot 17098.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f952f43f9ec0eee6cd0a29bb79aba80ca3a667928551588cba5a96b357a5bc3 | shasum -a 256