Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 45 Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2516.

5.2. In cassatie staat vast dat door de verdachte in een burgerlijk geding in reconventie een uiteindelijk door haar ingetrokken vordering wegens onverschuldigde betaling is ingesteld tegen de eiseres in conventie, waartegen deze zich heeft verweerd door stukken in het geding te brengen (waaronder facturen inzake door de Zwitserse vennootschap zogenaamd betaalde commissie) waaruit niet anders kon volgen dan dat de vordering uit onverschuldigde betaling van iedere grondslag was ontbloot en ten aanzien waarvan bij de rechter die in die procedure tot beslissen was geroepen, het vermoeden rees dat door de verdachte strafbare feiten waren gepleegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afdffb84933e259d1bd9befc7ea8a4450312bf223d0d32eaa120736411062b34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afdffb84933e259d1bd9befc7ea8a4450312bf223d0d32eaa120736411062b34, en de alinea staat in dat document op bytes 14315 tot 14979.